Search
  • Ine Nijs

Ons bevallingsverhaal - king of our tiny jungle

Leo Groven, thuis geboren in een bad vol liefde op 19.10.20 om 17u45.


Deze woorden omvatten hoe de geboorte van Leo heeft plaatsgevonden. Of de thuisbevalling gepland was. Of het me bevallen was, zo thuis bevallen. Of ik het opnieuw zou doen. Of ik geen schrik had. Of dat wel veilig was. Ik kreeg de afgelopen weken duizend-en-één vragen en wil ze dolgraag met deze blogpost allemaal in één keer beantwoorden. Want jawel, wij kozen er bewust voor om op 19 oktober 2020 in ons kot te blijven.


Ons bevallingsverhaal begint zo ergens in februari, kort nadat we ontdekten dat ik zwanger was van een tweede kindje. De bedenking ‘dat het wel fijn zou zijn, als alles goed ging met de baby, om dan thuis te kunnen bevallen’ dook geregeld bij me op. Het idee om het aan het toeval over te laten, mocht het allemaal heel snel gaan, overheerste op dat moment.


En toen veranderde de wereld. Werden ziekenhuizen in omliggende landen ware slagvelden. Maakten mondmaskers hun intrede in het dagelijkse leven én in verloskamers. De adem werd me ontnomen bij het lezen van verhalen van vrouwen die op eigen kracht hun baby ter wereld brachten met een minimum aan zuurstof. Het idee dat ik mijn man recht in de ogen zou kijken bij de geboorte van onze zoon, maar de rest van zijn gezicht (inclusief open mond van verbazing/geluk) niet zou kunnen zien, deed ons besluiten om te kijken naar andere mogelijkheden.


En zo zochten en vonden we een vroedvrouw die ons kon begeleiden bij een thuisbevalling. Toen ik 32 weken zwanger was, hadden we een afspraak met Geertrui Baeyens – een vrouw met een hart van goud en met een ontzettende kennis en ervaring in het baren van baby’s in de thuisomgeving. Zij beantwoordde vragen. Zij stelde gerust. Zij zorgde ervoor dat we in onze kracht stonden op het moment dat Leo zijn weg naar deze wereld maakte.

Het is vrij ‘laat’ om in deze periode van de zwangerschap nog aan het traject van een thuisbevalling te starten, maar het paste in haar agenda (voor wat dat waard is, in het meest onvoorspelbare dat de natuur voorziet), dus we gingen ervoor. Voluit.


Misschien ook even meegeven dat mijn schoonzus, één van de meters van Leo, twee keer thuis bevallen is, alsook Elisa Guaracci (vriendin + grafisch ontwerpster van de levenskaarten van onze zonen). Het gaf ons vertrouwen dat het kon. Dat wij het konden.


Donderdag 15 oktober 2020. Due date. Sinds die eerste afspraak in augustus met de vroedvrouw op 32 weken was niet alleen mijn buik buitenproportionele afmetingen gaan aannemen, maar gebeurden er ook aardverschuivingen binnen mijn zeer nauwe vriendinnenkring. Zorgeloos aftellen naar vandaag was er niet bij. Bang afwachten, janken, huilen, brullen om het verdict dat mijn hartsvriendin Lara (@lara.by.lara) kreeg. Ook dat maakt deel uit van ons bevallingsverhaal en de aanloop ernaartoe.


In de twee weken vóor de uitgerekende datum smeekte ik dat Leo nog ietsje langer wilde blijven zitten in mijn veilige buikje, om alle opgestapelde emoties de baas te kunnen. Om ze te kunnen scheiden. Om twee uiterste emoties van opperste geluk en intens verdriet samen door één deur te laten passeren. Om ook, heel even, één van beide invloeden te kunnen uitsluiten om mijn lichaam de kans te geven zich over te geven aan het verwelkomen van ons kindje. Leo wachtte geduldig en luisterde, terwijl ik mijn wangen keer op keer droog depte.


De uitgerekende datum passeerde, en wij wachtten. Finaal waren we er klaar voor. Ik was er klaar voor. Ik kocht een ‘bevallingsbad’ (Google: Intex Ocean Reef – professionele bevallingsbaden bestaan ook, ik ging voor dit kleurrijke exemplaar), zo ergens op de valreep nog. Want dat ingebouwde bad van ons leek me plots ook maar hard en kaal. Mijn man pompte het ‘bevalbad’ ruim een week van tevoren op en plaatste het in de garage, klaar voor gebruik wanneer het zover zou zijn.


Vrijdag 16 oktober 2020. Ik belde met Peggy (https://www.dyob.be/). Zij gaf ook een drukpuntmassage met accupunctuur toen ik twee jaar geleden 41 weken zwanger was van Noah. Ik wilde niet te lang overtijd gaan, en vroeg naar een afspraak ‘begin volgende week’. Er had iemand afgebeld, dus ik kon die dag al komen. Peggy nam me onder handen, stak op verschillende plaatsen een naaldje dat mocht blijven zitten. Ze voelde dat ik intens moe was. Ze drukte me op het hart om het weekend te gebruiken om te slapen, heel veel te slapen. Om op krachten te komen. Dat ze dacht dat het niet voor de komende twee dagen zou zijn, maar wel voor heel gauw. We maakten een ‘reserve afspraak’ voor dinsdag. Die zegde ik uiteindelijk af op maandagavond, terwijl Leo al op me lag.


Maandag 19 oktober 2020. Vier dagen overtijd. De nieuwe maan kleurde de hemel pikzwart. Ik had voor de zoveelste nacht op rij wat weeën gehad. De afgelopen nachten waren ze steeds weggeëbd tegen de ochtend. ‘Voorbereidend werk’, een normaal fenomeen (vooral bij volgende kindjes, zo blijkt). Vandaag voelde het anders. Ik bleef wat langer in bed, terwijl mijn man al beneden was met ons zoontje van (bijna) twee. Tegen dat we om 9 uur samen aan tafel zaten voor het ontbijt, vroeg ik mijn man om de skippybal erbij te halen, in plaats van de stoel waarop ik zat. Ik wilde bewegen, ik wilde mijn bekken doen dansen, opdat de weeën die ik voelde zouden doorzetten.


Om 10 uur kwam mijn mama op mijn vraag Noah oppikken. Onze laatste ‘sonday-Monday’ was van zeer korte duur. Ik voelde hoe de weeën frequenter werden en wilde me focussen op het opvangen ervan. Mijn man bleef thuis van zijn werk. Ik stak theelichtjes aan, en plaatste ze bij een schaaltje kristallen (de gouden driehoek, een maansteen voor Noah en een aquamarijn voor Leo) voor positive vibes. We belden de vroedvrouw, die om 11 uur langskwam en bevestigde dat ‘het begonnen was’. Ze raadde ons aan om een herfstwandeling te doen, de zon scheen buiten, en de beweging zou ervoor zorgen dat de weeën goed konden doorbreken. Geertrui beloofde terug te komen rond 16u, tenzij we eerder belden.


We deden er meer dan een uur over om naar de bakker te stappen op 800 meter van ons huis. Terwijl ik 6 pistolets afrekende, voelde ik een zoveelste wee opkomen. Ik betaalde, en zette snel (ahum) drie stappen opzij, om met mijn rug naar de kassa de wee op te vangen.


We gingen weer verder, op naar huis. Op naar onze veilige cocon. Ik wandelde traag, heel traag. Mijn handen en voeten waren gezwollen. Mijn vingers kleurden wit, van naar beneden te hangen langs mijn lichaam. De laatste 100 meter door het bos naar huis hield ik mijn handen boven mijn hoofd. Ik was ontzettend hoogzwanger, 20 kilo zwaarder dan mijn oorspronkelijke gewicht. Iedere 5 minuten kreeg ik een wee, en bleven we samen stilstaan, hield ik Stevens arm vast en ademde ik (ongeveer 20-30 seconden) de pijn weg. Gelukkig kwamen we niemand tegen onderweg.


Bij thuiskomst at ik een halve pistolet met vegan préparé (van De Vegetarische Slager – mega aanrader!), meer lukte niet meer, de pijn werd heviger. We trokken ons terug in de living, waar de kaarsen zachtjes heen en weer flakkerden. Het was 13u15. Ik zette yogamuziek op, en wiebelde op de skippybal. Ik liep rond, ik boog voorover, ik leunde op het aanrecht. Anders dan bij de bevalling van Noah had ik deze keer (nog) geen rugweeën. Mijn man kon op dit moment enkel mentale steun bieden, en tijdens de pauzes tussen de weeën door verlichting bieden door mijn hoofd of schouders te masseren.


Rond 15u belden we Geertrui – ík belde Geertrui. Aan de andere kant van de lijn klonk het dat wanneer de mama het woord neemt, de baby er meestal nog niet onmiddellijk aan zat te komen. Ik lachte, en ademde vervolgens weer een wee weg. Ze zou een uurtje later bij ons zijn, tenzij we eerder opnieuw belden. Of ik al in bad was geweest, of een douche had genomen. We besloten kort daarop naar boven te gaan, en ik liet de woonkamer voor het laatst achter als mama van één zoon.


Mijn man droeg het bevallingsbad de badkamer in, en ik nam plaats. Ik grinnikte, omwille van de absurdheid van dat bevallingsbad met kleurrijke figuren. Ik nam een selfie van mijn dikke buik en mijn tenen. Ik ging zitten, hangen, liggen tegen de randen van het bad, en rolde mijn heupen heen en weer tussen de weeën door, om tijdens een wee haarscherp te focussen op de golf die door mijn lijf ging. Ik zei twintig keer tegen mijn man hoe BLIJ ik was met mijn badje, en ik liet het zonlicht door het raam op mijn gezicht vallen en bedacht me wat een prachtige zonnige dag het was om onze zoon te baren. Alles ging goed, alles was ‘te doen’.


Tegen de tijd dat Geertrui om 16u haar opwachting maakte, waren de weeën een stuk intenser geworden. Ze deden veel meer pijn dan een uur eerder, en Geertrui controleerde inwendig: 7-8 centimeter ontsluiting. Nog even doorploeteren, nog even ademen, bewegen, me toeleggen op het opvangen van de weeën die me overspoelden, maar die terzelfdertijd ook wegebden en rust gaven op de momenten zonder pijn. Ik beleefde deze tussenposes bewust, omdat ik wist dat het beter was om niet terug te kijken (“auw, wat was dat pijnlijk”) of vooruit te kijken (“zo meteen nog zo’n golf!”). Breath in, breath out.


Op zeker moment kreeg ik ontzettend erge rugweeën, en zette Geertrui beide handen stevig in mijn onderrug. De pijn werd daardoor een stuk minder. Of Steven dat kon doen, bij iedere wee. Handigste was dat hij er dan wel bij kwam zitten, in het bad. Enige aarzeling en een schreeuw van mijn kant (“doe uw broek uit!”) zorgden ervoor dat we in een wip met twee in het water zaten, en samen de weeën te lijf gingen.


Geertrui stuurde de tweede vroedvrouw een bericht, dat ze stilletjes mocht komen. Ik wist dat wanneer Loubna zou arriveren, de daadwerkelijke bevalling (bijna) zou plaatsvinden. Dat was zo afgesproken. Om 17u18 kwam Loubna geruisloos binnen, Geertrui ging de deur voor haar openen. Toen ik hen samen de trap op hoorde komen, maakte mijn lichaam de klik van weeën naar persweeën. Ik wist dat het zover was, want dan zouden ze met twee zijn. Ik voelde dat Leo eraan kwam. Hij wilde eruit. Hij werkte zichzelf naar buiten, en ik zou meehelpen. Ik probeerde te denken aan de ademhalingsoefeningen die ik leerde tijdens de zwangerschapsyoga, maar riep me door de weeën heen. “Laaaaage tonen”, zei Geertrui, terwijl ik ging van “aaaaaaahhhhhww”.


Ik zat op mijn knieën en leunde met mijn bovenlichaam tegen de hoge badranden van het bevalbad, Steven zat achter mij met zijn handen in mijn rug. Bij iedere wee die nu kwam, gaf ik me over aan het gevoel dat mijn lichaam aangaf: persen. Naar beneden, mee met de zwaartekracht, mee met de oerkracht van het gebeuren. Ik zette mijn benen nog iets wijder, en perste uit alle macht. Ik slaakte oerkreten. Het deed verdomd veel pijn, veel meer dan bij de bevalling van Noah (waarbij ik geknipt werd op het moment dat het hoofd eraan kwam). The ‘ring of fire’ kondigde zich aan, en ik voelde – na enige twijfel - zelf tussen mijn benen. Leo’s hoofd stak nog niet naar buiten, maar zo voelde het wel (excuses voor de plastische voorstelling hiervan). Leo is met zijn 4.350 kg ook 600 gram zwaarder als Noah bij zijn geboorte, wat ook vast en zeker meespeelde in de pijnbeleving.


Ergens in deze 25 minuten van persweeën keek ik Geertrui recht in de ogen en smeekte haar te zeggen “HOE LANG HET NOG ZOU DUREN?!” – “tien minuten”, zei ze. Ik nam in stilte (nuja, niet helemaal in stilte) afscheid van mijn onderkant, en voelde hoe ik langs voor en langs achter compleet openscheurde (dat bleek achteraf niét zo, gelukkig).


Ik nam een laatste diepe ademhaling en perste, nog eens en nog eens. Ik perste tot Leo’s hoofd geboren werd, en ik perste nog een keer in diezelfde wee om ook zijn lichaam naar buiten te voelen bewegen. Hij maakte – aldus mijn man – een perfecte duik tussen mijn benen, waarna Geertrui nog onder water controleerde of de navelstreng niet rond zijn nekje verwikkeld zat.


Om 17u45 nam ik onze zoon in mijn armen. Daar was hij. Gezond en wel. Geboren in een bad vol liefde, in de veilige cocon van ons eigen huis.


Daar was hij, en daar waren meteen ook de naweeën. Zei ik al dat ik heel kleinzerig ben? Daar lag ik, met Leo op mijn borst, met de navelstreng nog tussen mijn benen. We lieten de navelstreng uitkloppen (niet helemaal, ivm controle op de rhesusfactor), waarna Steven de verbinding tussen mij en Leo doorknipte. Daarna was het wachten op de placenta. Ik werd zelf ongemakkelijk van de naweeën en van het idee dat er nog iets uit me hing (de navelstreng) en dat er nog iets uit moest (de nageboorte), en wilde uit bad.


Bij het rechtstaan heb ik lang voorovergebogen tegen de badrand gestaan, omdat mijn middenrif en longen hun plek weer moesten vinden, zo zonder dikke buik. Ik ademde kort en oppervlakkig, en begaf me héél langzaam naar ons bed, dat in de tussentijd door de vroedvrouw omgetoverd was tot kraambed (lees: compleet bedekt met plastic beschermingsdoeken en moltons).


Daar wachtten we geduldig tot de placenta tevoorschijn wilde komen, maar hij leek goed vast te zitten. We vulden drie glazen champagne (waarvan ik een halve slok dronk), en af en toe voelde Geertrui of de placenta al wilde meegeven. Een uur nadat Leo in mijn armen lag besloten we dat ik even stevig mocht meeduwen door op mijn hand te blazen. Bij het uitspreken van de woorden “als hij nu niet komt, moeten we toch even naar het ziekenhuis”, werd ook de placenta geboren. Geertrui hechtte mijn scheurtje in drie hechtingen en nipte vervolgens ook van haar glas bubbels. De geboorte was compleet.


Ik bleef de drie daaropvolgende dagen op de bovenverdieping van ons huis, en bewoog me van de slaapkamer naar de badkamer. Mijn man zorgde voor kraamkost op bed, hij verschoonde het bed, hij zorgde ervoor dat het bevalbad netjes opgeborgen werd en dat alles spik en span was. Er werden bloemen aan huis geleverd, cadeautjes werden voor de deur achtergelaten, en wij genoten van ons nieuwe gezinnetje. De middag na de geboorte van zijn kleine broer maakte Noah kennis met Leo – een eerste aaitje en de liefdevolle uitroep “baaaaaabbbbyyyyyy!” kon er meteen van af. Leo was onmiddellijk deel van ons gezin.


De eerste drie dagen en nachten werden geregeld overschaduwd door de aanwezigheid van pittige naweeën, die had ik na de geboorte van Noah niet gehad. Ook de opstart van de borstvoeding verliep moeizamer en pijnlijker dan twee jaar geleden. Pijnstillers to the rescue! Gelukkig smolten alle grote en kleine pijntjes na 5 dagen als sneeuw voor de zon, en kon het genieten écht beginnen.


Ik kijk met ontzettend veel liefde en dankbaarheid terug op de geboorte van Leo. We zijn gezegend met een gezonde zoon, en met een tijdsduur van 9 uur van de eerste weeën tot de laatste perswee, kan je zijn komst als een ‘gemiddelde’ bevalling bestempelen. De magie van het mogen verwelkomen van een kindje in ons eigen huis, in onze veilige cocon, is onbeschrijfelijk.


Er zijn praktische punten die anders zijn dan wanneer de bevalling (en de nazorg) in het ziekenhuis gebeurt, maar ik heb het geluk een man te hebben die kan zorgen als de beste. Het meest miste ik het ‘optrekding’ boven mijn bed, om mijn nog pijnlijke onderlichaam en onbestaande buikspieren uit bed te hijsen. Meteen na de geboorte van Leo, en in de tien dagen die daarop volgden, kon ik me de pijn van de laatste momenten van de bevalling nog levendig voor de geest halen. Intussen hebben die herinneringen plaatsgemaakt voor een blijvend gevoel van blijdschap dat de sfeer en de liefde die we voelden tijdens Leo’s geboorte voor altijd in ons huis zal hangen.


In het voortraject naar de geboorte van Leo (her)las ik het boek ‘Mindful bevallen’ (geschreven door Nancy Bardacke, waarin ik - ook tijdens de bevalling van Noah - de juiste mindset vond om om te gaan met te pijn van weeën), vond ik het boek ‘Veilig bevallen’ erg waardevol (geschreven door Nederlandse vroedkundige Beatrijs Smulders, waar heel wat meer vrouwen thuis bevallen, waardoor de nadruk ligt op de onwaarschijnlijke schoonheid van het vrouwenlichaam en de kunst van het baren, en niet op het medische aspect van een bevalling – zonder de mogelijkheden en moeilijkheden uit de weg te gaan), las ik 'Zwanger met hart en ziel' (geschreven door Riet Van Rooij) met veel aandacht en vond ik er rust wanneer ik nachtenlang wakker lag in de laatste weken van de zwangerschap), en (her)beluisterde ik de podcastaflevering van Radio Mama met Josje Coos (gaf me vertrouwen dat het ook ‘anders’ kan).


Of het me bevallen was, onze thuisbevalling? Het antwoord daarop is absoluut ja. Zou ik het opnieuw doen? We hebben ons gezin altijd gezien als een gezin van vier, dus ik hoef over deze vraag (gelukkig) niet na te denken. Ik heb alles wat ik kan wensen. We hebben nooit, tijdens de bevalling zelf, schrik gehad dat het mis zou gaan. We hadden vertrouwen: in de vroedvrouw, in het proces, in het feit dat de baby goed lag en het goed deed, en vooral in mijn lichaam. Of een thuisbevalling veilig is; ik spreek me niet uit over alle mogelijke onverwachte complicaties die kunnen voorvallen, maar het is wel zo dat wanneer een vrouw in haar vertrouwde omgeving is, er meer ruimte én tijd is om in alle rust (letterlijk) open te gaan. Toen we kozen voor een thuisbevalling hebben we dat bewust enkel verteld aan onze naaste familie en hartsvriend(inn)en - horrorverhalen zijn bij geen enkele zwangerschap wenselijk.


Ontzettend veel dank aan onze vroedvrouw Geertrui Baeyens die ons met kracht en kunde bijstond in het voortraject en tijdens en na de bevalling – niet enkel fysiek, maar ook mentaal. Ook een welgemeende merci aan Loubna, de tweede vroedvrouw, die ons in de laatste momenten van de bevalling heeft bijgestaan, die extra meesupporterde (“goed bezig Ine!!”) en die foto’s maakte van de eerste ontmoeting met ons kleine mannetje. Daarnaast ben ik Dr. Dens dankbaar voor de zeer goede en punctuele opvolging tijdens mijn zwangerschap, alsook voor het positief benaderen van de melding dat we kozen voor een thuisbevalling.


Leo Groven, geboren in een bijzonder jaar. In een wereld die wat weg heeft van een jungle. Een wereld waarin we onze zonen dichter dan dicht houden, en waarin ze kunnen thuiskomen – bij ons. We hopen dat Noah de wind in de zeilen mag voelen, en dat Leo diezelfde wind in zijn manen mag doen wapperen. Met de neuzen in dezelfde richting, en onze thuis als veilige landing – net zoals dat eerste moment, op 19 oktober 2020 om 17u45.


Welcome, little lion man.


2,742 views1 comment
 

©2018 by Ine Nijs. Proudly created with Wix.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now