Search
  • Ine Nijs

Het prille begin

Of hoe het leven er op een jaar tijd compleet anders kan uitzien… Exact 365 dagen geleden beleefde ik één van de mooiste reizen die ik ook maakte: Chili. Met de rugzak eropuit, klaar om onontgonnen paden te ontdekken, om te slapen in meer dan een handvol bedden/vliegtuigen/nachtbussen, en om – met een Pisco Sourtje teveel op – razendsnel en vloeiend Spaans te spreken (het is het idee dat telt, toch?). De schoonheid van een uitgestrekt land vol natuurpracht, in het gezelschap van mijn vriendin Katrien die twee jaar geleden naar Nieuw-Zeeland verhuisde. The one that got away, and we meet in the middle – zoiets.


Geen vuiltje aan de lucht, geen grootse kinderplannen. Gewoon genieten, gewoon reizen, gewoon vrij zijn. Hoe wij dan op een jaar tijd gingen van kinderloos en zonder mekaar op reis vertrekken richting verre oorden, naar het ouderschap en aan huis en bed gekluisterd? Dat ging ongeveer zo…


Op één van de eerste dagen van die vriendinnentrip in Chili zat ik voor dag en dauw in een piepklein busje, dat zich hobbelend over het meest uitgestrekte (maan)landschap richting zonsopgang begaf. Ik leunde tegen het raampje, dat op dat moment nog niet kreunde onder de verschroeiende hitte die de dag in petto had. Ik staarde naar de horizon die voorbijtrok, en voelde me gezegend. Dankbaar dat ik de kans had om zulke onbetaalbare momenten te mogen beleven. Dankbaar om beelden te zien voorbijschieten die duizend keer schoner zijn met het blote oog, dan op mooie kiekjes achteraf. Ik bedacht me dat ik dit soort trips met exclusief vriendinnen nog heel vaak zou kunnen doen. Jaren. Want mijn man vindt het fijn wanneer ik andere horizonten verken, mijn hoofd leegmaak, en als herboren thuiskom. Dat ik mezelf, en de wereld voor een stukje verken. Hij blijft met evenveel plezier lekker thuis.

Ik voelde me op dat moment in dat kleine busje volmaakt gelukkig. “Wat zou mij nog gelukkiger kunnen maken dan dit”, verzuchtte ik me, terwijl de naderende zonsopgang goudgeel en roze kleurde. “Een gezin” – schoot onwillekeurig en onmiddellijk door mijn hoofd. “Een kindje, van ons twee”. Om te koesteren, om lief te hebben, om op te voeden, om ons te leren een beter mens te zijn.


De zon kwam op en daarmee maakte de gedachte aan thuis, aan Steven, aan een eigen gezinnetje, plaats voor verwondering om de schoonheid van de plek waar we stonden, waar de aarde hitte uitademde en uitspuwde.

Dat was het eerste teken aan de wand. Het was 29 december 2017.


Onze reis ging verder, meer richting het zuiden, en we belandden in Púcon. Samen met een bende Spaanstalige vrienden van de partner van mijn vriendin zouden we er nieuwjaar vieren. Op de laatste dag van het jaar, ging ik – vrij impulsief, achteraf bekeken – mee in het plan om eerst nog een actieve vulkaan te beklimmen; de Villaricca. Dat we die met sneeuw bedekte vulkaan boven het stadje zagen uittorenen, boezemde me geen angst in. Dat we de dag daarvoor een aangepaste uitrusting moesten gaan passen, en een document moesten ondertekenen waarin minstens drie keer stond dat we konden sterven, deed bij mij geen twijfels rijzen. Onbezonnen? Dat kan je wel zeggen. Maar meteen ook de meest intense fysieke én mentale ervaring die ik ooit meemaakte. Toen nog, althans. De geboorte van Noah heeft intussen de eerste plaats veroverd, op elk vlak.

De dag vóor het beklimmen van de Villaricca, met de vulkaan ergens in de achtergrond

31 december 2017 beloofde een glansrijke afsluiter te worden van een ongelofelijk druk jaar vol uitdagingen en verhalen. Die tocht naar boven, die zou the cherry on top van tweeduizendzeventien vormen. Gepakt en gezakt, en gehuld in thermisch ondergoed, bergschoenen met crampons (haken onder die bergschoenen), een helm, een gasmasker, een buigbare slede, en proviand voor een hele dag, vertrokken we in de vroege ochtend richting de Villaricca. Op welk moment ik besefte dat “dit eigenlijk niet voor mij was”, kan ik niet helemaal zeggen. De ijle lucht zorgde voor een soort van waanzin, van ongeloof, van berusting zelfs.


Mijn broer Googlede deze trip, nadat ik hem ’s ochtends op de hoogte bracht van onze wilde plannen, en heeft de hele dag (al ogen rollend en gniffelend wellicht) in contact gestaan met mijn man. De recensies over de beklimming van deze vulkaan zijn namelijk niet mals. Wat ging een ongeoefende leek als ik daar eigenlijk doen…? Dat is toch om te lachen, zeker! Enige (netwerk)verbinding met de buitenwereld viel al snel weg, dus mijn broer heeft zijn bedenkingen pas kunnen overmaken toen ik alweer (t)rillend aan de voet van de vulkaan stond.


Uren en uren trokken we naar boven, door sneeuw, ijs en wind, het Chileense landschap ver onder ons latend, om finaal boven de wolken te klimmen en een dampend gat met diep daarbinnen kolkende lava te ontdekken. Op ongeveer 2/3e van onze klim naar boven, vroeg mijn vriendin met wat haar laatste ademteugen leken, de gids wanneer we nog eens zouden pauzeren, “omdat het niet meer ging”. Hij antwoordde ferm: “we don’t stop from now on, we will go straight to the top”. Ik aanhoorde het antwoord, probeerde rustig te blijven en besefte dat vechten geen zin had. Ik moest berusten in het feit dat dit veel en veel zwaarder was dan ik ooit voor mogelijk had gehouden, en dat er geen weg terug was. We moesten de gids volgen tot aan de top, en weer terug naar beneden. Voor de veiligheid werd er niemand achter gelaten, en keerde er niemand alleen terug naar beneden.


De gids vertelde achteraf dat er al mensen zijn geweest die ruzie kregen met de hele groep, met hun eigen vrienden, simpelweg omdat ze tegen hun mentale en fysieke beperkingen bleken aan te lopen. Dat er al mensen overleden waren op die vulkaan. Ik vocht daarboven tegen de stemmen in mijn hoofd. Ik keek binnen bij mezelf, en ademde. In, uit. In, uit. Ik hoorde mezelf ademen en kon aan niets anders meer denken. "Bij thuiskomst wilde ik een gezin beginnen". Met de man waar ik zielsveel van hield. Járen zou ik nog momenten als deze kunnen beleven, jaren zou ik nog uitdagingen als deze kunnen opzoeken (niet zo zwaar als deze, this was just too much for me).


Ik wilde alleen nog maar Ons. Een kindje van ons twee.


Finaal bereikten we de top, en terwijl de tranen van vermoeidheid over mijn wangen liepen – diep verscholen achter een zonnebril, gasmasker, helm, en sjaal – wist ik het zeker. Geen stratovulkanen meer voor mij, geen verre reizen in het verschiet (ok, Bali was al geboekt, maar dat was samen met die man van mij), de challenge van het gezinsleven zou onze volgende worden.


Toen ik bij thuiskomst op 9 januari 2018 warm en veilig in de armen van mijn man kroop, en hem vertelde wat ik voelde, kwam er bij hem een bevestigende reactie. Hij vond het ook tijd, om na 11 jaar samenzijn, een wezentje van ons twee te maken.


Twee weken later is Noah verwekt.


Sta me toe te zeggen dat we overdonderd waren van de snelheid. Compleet van onze sokken geblazen. Verbaasd, dat dan eigenlijk weer niet. We voelden gewoon dat het zo was. Ik deed vijf zwangerschapstesten, waarvan de laatste positief bleek. Op dat moment had ik al een afspraak gemaakt voor een bloedonderzoek bij de dokter, gezien we een week later samen naar Bali zouden vertrekken (het voorjaar van 2018 had nogal wat bucket list-trips in petto) (yolo, nietwaar?).


Op woensdag 14 februari, op onze 11e Valentijn samen, zaten we om 9 uur ’s ochtends met klamme handjes tegenover mekaar op bed. De dokter bevestigde telefonisch dat ik zwanger was – “heel pril”, zei hij erbij, “zo’n 5 weken”. Het begin van een rollercoaster waar we met twee op kropen. De allereerste die wist dat ik zwanger was, was de verkoper van steunkousen in de CM-winkel. (ah-ja, met die lange vlucht naar Bali in het verschiet; ik ging toch geen spataders oplopen…)


Die avond vierden we Valentijn, voor het allereerst met drie.


De twee weken die volgden waren heerlijk, met onze kleine verstekeling in mijn schoot. We trokken samen door Bali, waar de Aziatische geuren mijn sterke geurzin tot waanzin dreven. Waar ik op dag 5 besefte hoe groot mijn angst voor insecten wel was. Waar ik in week 2 voor het eerst ochtendmisselijkheid ervoer. En waar we mekaar vasthielden, en alleen maar konden besluiten dat we verdomd veel geluk hadden. Of neen, dat we gezegend waren. Want we beseffen maar al te goed dat het evengoed niét van een leien dakje had kunnen lopen.


En zo begonnen wij aan onze journey van het ouderschap, met een geheim dat we bijna drie weken met enkel en alleen mekaar deelden. Doorheen de waas van vermoeidheid en misselijkheid, wist ik dat dit exact was wat ik me had voorgesteld, een dikke maand eerder, in dat kleine busje dat over het Chileense heuvellandschap denderde. Dat dit exact was waar ik mijn hart op toelegde, daar tijdens die onnoemlijk zware tocht naar de top van de Villaricca. Dat dit exact was waarvoor wij gemaakt waren, en dat het tijd was voor ons. Om onze liefde uit te breiden, om ze vorm te geven. Om mama en papa te worden.



359 views
 

©2018 by Ine Nijs. Proudly created with Wix.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now