Ine Nijs

Motherhood - real mom life stories

 
 
Search
  • Ine Nijs

Over the moon - ons bevallingsverhaal

Updated: Nov 25, 2018

Het allereerste verhaal op deze blog. Over hoe het allemaal begon, het gezinsleven met onze kleine man. Over hoe die aanloop naar het moederschap verliep. Een puur relaas over het meest magische, én het meest pijnlijke moment uit mijn leven. Hier gaan we...


Woensdag 24 oktober 2018. Een ochtend als een andere, al hadden we een ietwat onrustig nachtje met hier en daar een krampje in de onderbuik. Niets bijzonders, geen duidelijke tekenen aan de wand dat er vandaag, vanavond, vannacht iets te gebeuren stond. Niets wees erop dat we later die dag de meest waanzinnige ervaring zouden meemaken die je als koppel samen kán doorstaan. Ik was exact 41 weken zwanger. Die avond zou het volle maan zijn. We maakten – tot lichte ergernis van Steven, vroeg in de ochtend – nog een laatste wekelijkse foto aan de muur, met op het letterbord: “41 weeks – FULL MOON – Let the light guide you home baby boy”.


Om 9u werden we namelijk verwacht op de kraamafdeling van het Jessaziekenhuis, voor de derde monitor in een week tijd. Twee banden op de buik, en luisteren naar het hartje van ons baby’tje. Van onze Noah. Klopklop-klopklop-klopklop. Een halfuur lang, of, als we geluk hadden; drie kwartier. Want rustig word je daar wel van, van zo’n gelijkmatig hartritme. Aan het einde van dit rustgevende geluksmoment werd ik ook nog even gestript (het losmaken van de vliezen), en mochten we beschikken, mét een afspraak voor het inleiden van de bevalling op zak (voor twee dagen later, wanneer ik 9 dagen overtijd zou zijn). Want als Noah besloot niet zélf zijn intrede te maken, dan zouden ze hem dwingen – met een stevige spurt hormonen door mijn lijf om de weeën op te wekken.


De gedachte daaraan maakte me benauwd, en behalve het pikant eten, het vele wandelen (rondsloffen) met de 15-jarige hond van mijn ouders, de liters tonic, en de ananasharten, had ik nog één laatste strohalm. Nog één ultieme poging up my sleave. Een drukpuntmassage, die ik cadeau kreeg van mijn schoonzus – bij wie het eerder al effectief bleek.


Ik had in weken zo ver niet meer autogereden, want dat veroorzaakte pijnlijke/harde buiken, maar nu mocht het – nu móest het. Na de massage reed ik weer naar huis met een minuscuul naaldje in beide kleine tenen dat er twee dagen in mocht blijven prikken (auw, niet handig met sneakers!). Eenmaal thuis besloot ik een dutje te doen, het was al een zware dag geweest voor een hoogzwangere.


In bed neergeploft, kon ik moeilijk mijn draai vinden. Het was inmiddels 15 uur geworden en het kersenpitbeertje dat mijn onderrug verwarmde deed zijn werk maar matig. Plots kreeg ik pijn in mijn onderbuik. Geen hevige pijn, maar wel een duidelijke zeurderige pijn die ik niet eerder had ervaren. Zou het…? Een kleine minuut later ebde de pijn even snel weg als ze begonnen was. Toch maar proberen even te slapen, je weet immers maar nooit.


Twintig minuten later opnieuw een pijnscheut. Gerommel in de onderbuik. Pijn. Steven een whatsappje sturen, of hij naar huis wilde komen “want ik had wel wat pijn” - “Of het zeker was, want het was druk in de schoenmakerij”. Een nieuwe minuut van pijn drong zich op. “Ja, of hij echt wel wilde komen.” - “Nu graag.” - “Ohja, of hij nog wat witte pistolets wilde meenemen – want dat verteert makkelijk.” Je wist immers maar nooit wat de avond nog zou brengen…



Om 16u begonnen mijn weeën zich om de 6-7 minuten op te volgen. Op dat moment was de pijn draaglijk, en liep ik zoveel mogelijk op en neer, in de vurige hoop dat het geen “vals alarm” zou zijn en dat de weeën alsnog zouden gaan liggen. Nu moesten ze doorzetten, ik wilde op vrijdag niet ingeleid worden. Hier en nu zouden we het gaan doen. Noah Groven zou geboren worden onder de volle maan.


Om 17u10 besloot ik om Karin Vaes te bellen. “De vroedvrouw van de (prenatale) yoga” – zo omschreef ik haar aan familie en vrienden wanneer ik sprak over de wonderlijke dame die me week na week de zuurstof gaf om mijn zwangerschap met nog méér liefde en rust te dragen. Er was een zeer kleine kans dat zij aan huis kon komen op het moment dat mijn weeën begonnen, want ze vertrok bijna op vakantie naar haar geliefde Italië, maar ik voelde dat haar aanwezigheid een belangrijke medische en ervaren buffer kon vormen om zo lang mogelijk thuis te blijven en daar de weeën op te vangen. Dit was geen weldoordacht plan, maar wel een stille hoop. Ik wilde namelijk het allerliefst in mijn eigen omgeving - op natuurlijke wijze - de weeën opvangen, mét kaarslicht, mét yoga muziek (“Yoga Chill” is trouwens een zalige radiozender, voor zij die Sonos gebruiken!), met mijn eigen zitbal, mijn eigen toilet, tapijt, handdoeken, en een witte pistolet met Nutella.


Karin was onderweg naar de yoga toen ik haar belde, want net als iedere woensdagavond zou ze daar een groep zwangere vrouwen begeleiden. Ze stelde voor rechtsomkeer te maken, haar hartslagmetertje thuis op te pikken, en eerst even bij ons binnen te springen voor een inwendige controle. Zo gezegd, zo gedaan, en ze bevestigde al gauw dat de weeën inderdaad goed begonnen waren, en dat ik 4 centimeter ontsluiting had. Als we nú naar het ziekenhuis zouden gaan, dan zou ik daar nog gemiddeld zo’n zestal uur zijn vóor ons zoon geboren zou worden. We besloten thuis te blijven, voorlopig. Nog even de weeën opvangen, en zien wat er gebeurt. Karin vertrok naar de yoga, met de belofte erna terug te keren – mochten wij dat wensen, en mochten wij nog thuis zijn.


Via de app “Ovia Pregnancy” (top app!) timeden Steven en ik de weeën. Ze kwamen sneller en sneller na mekaar, en al gauw kon ik niet meer goed rondlopen van de pijn, maar steunde ik op de tafel of op het keukentablet. Vooral wanneer de wee een piek bereikte. Ik ademde ze weg, net zoals ik de afgelopen maanden leerde op de yoga. Hier en daar herlas ik een hoofdstuk uit het boek “Mindful bevallen”, dat me een berg inzichten en een hoop kennis had gegeven in de aanloop naar de bevalling (ook een toptip trouwens, thanks Mélanie!). De combinatie van de wekelijkse zwangerschapsyoga en het boek "Mindful bevallen" heeft er bovendien voor gezorgd dat ik besloot om zonder pijnmedicatie te willen bevallen. Ik was voorbereid, ik wist dat ik het kon. Ik moest alleen rustig blijven.


Uit dat boek leerde ik dat ik kon genieten van de momenten van rust tussen de weeën door. Want die ontspanning, die momenten zonder pijn, die zijn er - écht. Net zo snel als een wee komt, net zo snel verdwijnt ze ook weer. En dan is er - wonder boven wonder – even helemaal niets. Een moment van rust, van genieten, van het ervaren van de naderende geboorte. Ik viel één keer bijna in slaap tussen twee weeën in, omdat Steven mijn hoofd zo heerlijk masseerde.


Alle hurrahh's op dat vlak gaan naar mijn man, mijn rots in de branding, mijn eeuwige steunpilaar: Steven. Tijdens iedere wee masseerde Steven mijn rug, stevig, of minder stevig – op mijn aangeven en op zijn aanvoelen. Eerst droog, over mijn t-shirt heen, maar na een tijdje haalde hij er amandelolie bij. Bij elke wee sprong Steven recht, en masseerde hij mijn onderrug alsof zijn leven ervan af hing. De dag nadien zou mijn rug bijna open liggen van zijn letterlijke duw(tjes) in de rug. Steven moedigde me aan, met de meest uiteenlopende aanmoedigende kreten – in fluisterstand. We deden dit sámen.


De weeën werden intenser. Zo rond 19u begon ik lichtjes te panikeren, en heel even twijfelde ik om de boel de boel te laten en naar het ziekenhuis te vertrekken voor een epidurale verdoving – want ik trok het bijna niet meer. Om 20u stond Karin weer bij ons aan de voordeur; de weeën waren inmiddels in volle gang en kwamen zo ongeveer om de 3 minuten. Ze waren ook een pak pijnlijker geworden dan twee uur eerder. Gemiddeld schiet het één centimeter per uur ontsluiting op, en dat werd bij een volgende check-up ook bevestigd: 6 centimeter. Op het moment dat Karin weer binnen kwam, bracht zij een nieuwe golf van rust met zich mee. Ze knielde naast de zetel, aan de andere kant als waar Steven de weeën mee opving met zijn handen op mijn rug. Steven masseerde als een bezetene, Karin hielp mee mijn ademhaling onder controle te houden om de weeën de baas te kunnen. Team work. Er werd niet meer gesproken over het ziekenhuis of over pijnmedicatie. Een hernieuwde kracht overviel mij, en ik ging weer mee in de muziek, de ademhaling, de transformatiepijn, en de aanmoedigingen.

Zo’n dikke anderhalf uur later, het moet halftien geworden zijn, voelde het alsof mijn lichaam niet nóg meer aankon. De rust vinden en de bijhorende ademhaling werd steeds moeilijker. “Wat nu?!” – vroeg ik me luidop af. Toen bleek dat ik 8 centimeter ontsluiting had, raadde Karin ons aan om rustig naar het ziekenhuis te vertrekken - om nog iets of wat comfortabel aan het ziekenhuis te geraken. Met deze woorden kondigde de volgende wee zich al aan, en hield ik mij vast aan de zetel, terwijl Steven opnieuw bemoedigende woorden toefluisterde en uit alle macht mijn rug masseerde – soms met mijn ademhaling mee, soms gewoon keihard als tegengewicht van de wee, en soms zacht als ik dat vroeg. “Ga eerst nog even naar het toilet hier thuis, dan is je blaas leeg en hoef je dat in het ziekenhuis niet meer doen”, aldus Karin. Pijnlijkste toiletbezoek ooit, waar ik nog twee weeën opving in mijn eentje.


Steven en Karin hielpen me vervolgens in mijn kleren (een zwangerschapstrui en t-shirt van de nieuwe Zara Mom collectie), ik scharrelde nog een jas mee die helemaal (niet!) bij mijn outfit paste, en wurmde mij in mijn sneakers, van waarin die ellendige naaldjes van tijdens de drukpuntmassage nog steeds venijnig in mijn kleine tenen prikten. De weg naar de auto werd niet alleen bemoeilijkt door de weeën die om de twee minuten kwamen (stilstaan en vasthouden aan de muur!), maar ook door die gruwelijke naaldjes.


In de auto nam ik zo goed en zo kwaad mogelijk een comfortabele houding aan; lichtjes schuin, want “rechtop” zitten ging niet meer. Er was op dat uur geen kat op straat, geen mens op de baan – oéf! Steven negeerde een verkeersbord en nam een shortcut naar de kleine ring, waar ik hem al puffend in stilte gigantisch voor bedankte. That’s my man!



Rond 22u arriveerden we op de parking van het Spoed. Het was donker. Er stonden een stuk of vijf mensen te roken buiten (vind ik altijd raar, zo aan de ziekenhuisdeuren, maar soit). Ze wensten ons succes toen we voorbij kwamen wandelen (lees: strompelen). Common decency, denk ik, maar ik hield me vrij rustig aan die balie van het Spoed. Ik hing voorover gebogen over de balie, terwijl een man op leeftijd (oke, een irritante ouwe zak!) mijn paspoort vroeg, checkte of mijn huisdokter nog steeds dezelfde was gebleven, of mijn telefoonnummer nog steeds 0 – 4 – 7 – 4 – 4 – 5 - … Serieus?! “Ja!! Jaaaa!” riep ik met ingehouden adem, terwijl ik de aanstormende weeën opving, staande aan de balie van het “spoed”.


Of we een eenpersoonskamer wilden – ja. Of Steven zou blijven overnachten – ja. Of Steven dan enkel ontbijt wilde, of drie maaltijden per dag. En bij die onzinnige woorden op één van de pijnlijkste momenten uit mijn leven liet ik alle ‘fatsoen’ varen en begon ik te schreeuwen bij de volgende opzettende wee. “AAAAHHHHHHHHHH IK KAN NIET MEER!!!!!!” Terwijl de man rustig nog wat stickers printte, merkte er toch iemand in de ruimte op dat er “onmiddellijk iemand met deze mensen naar het vierde verdiep moest”, en werd er gevraagd of ik een rolstoel nodig had. Neen, geen rolstoel, ik kan niet meer zitten. Op naar de vierde verdieping. In de lift volgden de weeën zich snel na mekaar op, en onderweg naar het verloskwartier moest ik meermaals stilstaan om me tegen de muren van de gang vast te houden om de pijn aan te kunnen.


Eenmaal in de verloskamer dimde Steven op mijn aangeven onmiddellijk de lichten in de veel te heldere ziekenhuisruimte en ik nam plaats op de verlostafel. Kirsten, de lieve vroedvrouw die ook aanwezig was bij de monitor van maandag – twee dagen eerder – was die avond van dienst en kwam ons tegemoet met de woorden dat Karin al gebeld had dat wij, en zij, eraan kwamen. Ik vroeg meteen of ik nog in het bad kon, om de pijn te verlichten. Dat kon, maar ze gingen eerst de stand van zaken checken.


Of ik een t-shirt wilde aanhouden tijdens de bevalling (iets waar ik trouwens op voorhand heel erg over had nagedacht, want ik kon me simpelweg niet inbeelden wát ik zou dragen, of - de horror! - dat je ergens naakt zou liggen bevallen). Maar zonder er woorden aan vuil te maken trok ik alles in één ruk over mijn hoofd. Weg ermee. En dan nog het belangrijkste: “DIE NAALDJES MOETEN UIT MIJN TENEN, NUUUU…”. Gelukkig was Karin inmiddels ook aangekomen, en daar waar Steven mij hielp om de weeën op te vangen, trok Karin mijn sokken uit om de mini-pleistertjes van waarachter die ondingen prikten te verwijderen. Het bad werd intussen gevuld.


Ik had grootse verwachtingen van dat bad; het zou alles beter maken. Helaas waren de weeën al zo sterk, dat enkel de eerste die ik erin opving ietwat verlicht leek te worden door het bad. (of misschien was het gewoon nog wel erger geweest vanop het droge – wie zal het zeggen) Ongeveer drie kwartier heb ik in het bad gelegen, schuin en recht gezeten, op handen en knieën gehangen. Steven masseerde wederom, Karin hield mijn hand vast, zette yogamuziek op, en hielp met de ademhaling. De pijn was intussen onmenselijk geworden. Of juist heel erg menselijk, maar toch had ik ze zwaar onderschat. “We komen het bad uit als je voelt dat je moet persen”. Wat eerst een vage aanwijzing leek, werd al snel heel concreet. Langzaamaan voelde ik de weeën overgaan van “gewone” helse pijn, naar pijn gecombineerd met een onwaarschijnlijke druk naar beneden toe. Een druk die even later ruim 3.714 kilogram bleek te bevatten. Het gevoel dat ik helemaal klaar was om alles wat daarvanbinnen zat, naar buiten te duwen, te persen. Drie weeën later wist ik het zeker: dít is het moment om uit het bad te komen.


Terug op de bevallingstafel bleek ik 9 centimeter ontsluiting te hebben. We waren er bijna. De weeën volgden zich in sneltempo op, en rond 23u20 werden ook de gynaecoloog assistent en de gynaecoloog erbij gehaald. De tafel werd onderaan ontkoppeld, de beugels kwamen in de plaats. Ik hield mijn enkels vast en mocht op eigen aanvoelen persen tijdens een wee. Adem nemen, die vasthouden, en die adem gebruiken om naar beneden te persen. Het vruchtvlies bleek heel erg stevig, waardoor Noah deze zelf niet gebroken kreeg met zijn hoofdje. Ze toonden mij, van tussen mijn bovenbenen, een lange breinaald waarmee ze de vruchtzak zouden breken. Een golf heet water liep tussen mijn benen door.


Ik perste alsof mijn leven ervan af hing, en bij iedere wee nam ik drie keer opnieuw een stevige teug lucht en gebruikte die om onze zoon naar buiten te persen. Terwijl werd zijn hartje in de gaten gehouden met een hartslagmetertje dat ze op mijn buik hielden tussen de weeën door. Op zeker moment zat zijn hoofdje “vast”, en zakte zijn hartslag. Nu was het van belang dat het snel ging. “Of ik altijd veel gesport had” – ja, dat had ik. “Dat zien we, want je spier is zo stevig dat we gaan moeten knippen, hij zal niet van zichzelf scheuren”. Goed, goed, knippen maar, geen enkel probleem mee. Doe alsjeblieft wat moet om ons kind gezond en wel ter wereld te brengen! (en liefst zo snel mogelijk!)


Van dat knippen zelf heb ik helemaal niets gevoeld. Het gebeurde tijdens een wee, en wanneer iemand me vraagt “hoe pijnlijk het dan wel is, zo’n weeën”, dan benoem ik dit moment. Als ze je daar beneden openknippen, onverdoofd, en je voelt daar helemaal niéts van, dan zegt dat genoeg, denk ik.


“Wat nu?!”, vroeg ik me af. “Hoe lang nog…?!” Karin antwoordde: “vóor middernacht gaan we het doen”. Het was toen ongeveer half 12. Het persen ging verder, en de weeën volgden mekaar op in een razend tempo. De laatste loodjes. Ik werd door vier vrouwen en Steven aangemoedigd om álles te geven. Langs mijn rechterkant werd er door twee vroedvrouwen hard meegeduwd op mijn buik, om Noah te helpen het bochtje te maken onder mijn schaambotje door. De dagen nadien ervoer ik nog een blauweplekkengevoel ter hoogte van de plaats waar ze mee hadden geholpen om zijn weg naar buiten te vinden.


“NU gaan we het doen Ine, het hoofdje is er” – met deze woorden waren we aangekomen in het allerlaatste stadium van de bevalling. Tijdens het persen bevond ik me in een andere wereld, ik heb alles vrij helder onthouden, kan het best goed navertellen (misschien niet alles in de juiste volgorde), maar ik heb tijdens dit laatste stuk van de bevalling weinig of geen pijn ervaren. De verlossing was nabij. In een wee nam ik een stevige teug adem, en perste ik uit alle macht naar beneden. Tweede teug adem. Het hoofd was eruit. In diezelfde wee moest ik de schouders er nog uit persen. NU-GAAN-WE-HET-DOEN. Ik kon eigenlijk niet meer, voelde me alsof ik geen sprankel adem meer overhad, maar nam toch nog één stevige hap lucht en perste – uit alle macht. Ik zag én voelde mijn buik leeglopen. “Strek je armen uit”, zei de gynaecoloog. Ik wist niet goed waarom, was een beetje verdwaasd door de hele situatie, maar stak mijn armen de lucht in. En dan de legendarische woorden: “Neem je kindje maar aan”. En daar was hij. Daar was Noah.


Noah Groven werd geboren om 23u53, toen de volle maan hoog aan de hemel stond. Hij werd op mijn borst gelegd, waar hij onmiddellijk in slaap viel. Ook voor hem was het een zware tocht geweest. Steven en ik keken mekaar aan en waren sprakeloos. Hij was er. Onze zoon. Na een tijdje merkte ik hoe mijn handen zijn kontje vasthielden. Een mensje, een volledig mensje, met alles erop en eraan lag nu bovenop mij. We keken naar hem, Steven in vooraanzicht, ik van bovenaf. We keken naar mekaar, en glimlachten. Dit hebben we samen gemaakt, dit hebben we samen gedaan, doorstaan, meegemaakt.


De gynaecoloog assistent verdoofde me intussen onderaan, om mijn knipje te hechten. Netjes inwendig – daar ben ik haar eeuwig dankbaar voor. Er werd nog geprobeerd Noah aan de borst te leggen, maar hij was te moe. Wij genoten, en ruim een uur ging voorbij. Vervolgens mocht ik weer plaatsnemen in het bad en werd ik geholpen om mezelf te verfrissen (lees: om het bloed van mijn lichaam te spoelen). Ik zat heel even neer in het bad, om de weer binnenwandelende vroedvrouw te verwelkomen met de woorden: “welkom in het bloedbad!”. Steven vertelde mij later dat hij niet wist waarom ik dat zei. Ik vond het gewoon een goed mopje, op dat ogenblik.


Rond 2u30 ’s nachts werden wij naar onze kamer gerold, en ik weet nog dat ik dacht “nu ben ik zo iemand die in een bed door de ziekenhuisgangen wordt gerold”, zo iemand die je voorbij ziet komen als je iemand gaat bezoeken in het ziekenhuis. Een toevallige passant op de gang feliciteerde me. Eenmaal aangekomen in onze kamer voor de komende 3 dagen, waar de rust en de stilte van de nacht ons overviel, kreeg ik razende honger. De witte pistolets die Steven eerder die dag onderweg naar huis kocht, zaten gelukkig gesmeerd en wel in zijn rugzak. En zo aten wij die nacht voor het eerst pistolets met kaas en met Nutella, als gezin van drie.


Ik kijk met veel liefde terug op 24 oktober 2018. Ik weet dat ik geluk heb gehad onze zoon op deze manier te kunnen verwelkomen. Ik ben dan ook zo ongelofelijk dankbaar voor deze magische bevallingservaring. Dankbaar voor Steven, die iedere wee bijna even intens als mezelf heeft meegemaakt, heeft opgevangen, en heeft proberen weg te masseren. Dankbaar voor Karin, die haar vrije avond liet varen om aanwezig te zijn tijdens de geboorte van ons kleine mannetje. Dankbaar voor Kirsten, voor gynaecoloog Vansteelant en gynaecoloog assistent Nulens, om Noah veilig en wel op de wereld te helpen, en voor de mooie hechting achteraf. Dankbaar voor de bewaarde rust, voor de kaarsen thuis, en voor de yogamuziek. Dankbaar dat ik het leven heb mogen schenken, op de meest wonderlijke manier – op een manier die ik vooraf niet voor mogelijk had gehouden. Dankbaar voor een droomscenario waar ik op voorhand niet van had durven dromen. Het was het pijnlijkste, maar meteen ook het meest wonderbaarlijke dat ik ooit heb meegemaakt, en ik had het verdorie niet anders gewild. En wanneer ik dan naar ons zoontje kijk, dan weet ik dat hij elke pijnlijke wee waard is geweest. En dat ik geen seconde had willen missen van zijn memorabele intrede tot onze kant van de aardbol.



0 views

Over Ine

  • Mama van Noah

  • Storyteller bij Stories by Mabel

  • Mrs Groven 

  • Vegetariër

  • Houdt van: verse bloemen, de zon aan de hemel, mooie woorden, en meeslepende verhalen.

 
 

©2018 by Ine Nijs. Proudly created with Wix.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now